Wandelen in mijn hoofd

Laatst liep ik op straat, diep in gedachten, en botste tegen iemand aan die stilstond. Ik schrok op en maakte mijn excuses om daarna weer in mezelf te verzinken. Ik bedacht dat ik niet in de stad wandel, maar in mijn hoofd; Amsterdam is een mentale ruimte voor mij. Alles wat op mijn pad komt, is voedsel voor mijn gedachten. Zo wordt mijn denkwereld steeds groter en de buitenwereld steeds kleiner.

pexels-photo-764880Er bestaat een verschijnsel dat me in een klap terugbrengt in de realiteit. Mijn gedachten vallen stil als ik de sierlijke lijnen zie van een mooie vrouw die op me af komt lopen. Het is bekend dat een man in zo’n geval verandert in een idioot die zo’n vrouw met open mond nakijkt; blijkbaar is het met mij niet anders gesteld. Als ze uit het zicht verdwenen is, komt de machinerie van het denken weer op gang. Door die vluchtige ervaring te analyseren, herstel ik van de schok. Het vreemde wezen dat mijn bewustzijn dreigde te verstoren, wordt zo ingelijfd en onschadelijk gemaakt; alles wat onbegrijpelijk aan haar is, lost op in mijn rationaliteit.

Mijn notitieboek is de voortzetting van dit proces, hier worden de indrukken ik gedurende de dag verzamel omgezet in taal. De teksten die ontstaan, geven me het gevoel dat ik de wereld begrijp en in zekere mate beheers. Ook hierin ben ik niet uniek, besef ik, iedereen vertelt verhalen tegen zichzelf; als we dat niet zouden doen, zou de realiteit uiteenvallen in fragmenten zonder betekenis.

Mensen die hardop in zichzelf praten, worden meewarig bekeken. Maar zo gek zijn ze niet: ze laten alleen zien wat wij voortdurend in stilte doen, in ons hoofd, om de schijn van redelijkheid in stand te houden.