Het laatste gezicht. Over een dodenmasker

Op een website over dodenmaskers, met de titel ‘Het laatste gezicht’, las ik het verhaal over L’inconnue de la Seine, een meisje dat ergens rond 1900 (volgens sommigen rond 1880) op 16-jarige leeftijd verdronken was in de rivier, ergens bij de Quai du Louvre in Parijs. Waarschijnlijk had ze zelfmoord gepleegd, op haar lichaam werden geen sporen van geweld aangetroffen. Omdat haar identiteit nooit achterhaald is, is ze altijd de ‘onbekende van de Seine’ gebleven en zo wordt ook het dodenmasker genoemd dat van haar gezicht is gemaakt.

Incon

Volgens de legende werd deze Franse Ophelia opgebaard in een Parijs mortuarium, tegelijk met andere lijken die geïdentificeerd moesten worden. Een jonge assistent-patholoog was zo onder de indruk van haar schoonheid en haar glimlach dat hij een gipsmasker van haar gezicht maakte. Kopieën van het masker waren in de jaren twintig en dertig geliefd, vooral bij schrijvers en kunstenaars. Er werden heel wat gedichten en verhalen geschreven over het onbekende meisje, alsof juist het gebrek aan feiten de verbeelding in gang zette.

‘Haar gezicht was als een Rorschachvlek, degenen die ernaar keken konden er elk gewenst gevoel in projecteren’, schrijft A. Alvarez in zijn studie over zelfmoord, De wrede god. ‘En evenals bij de Sfinx en de Mona Lisa lag de macht van de Inconnue in haar glimlach – subtiel, vol vergetelheid, vol belofte van vrede.’

Schrijvers hebben allerlei eigenschappen toegekend aan de glimlach op het masker – vredig, raadselachtig, bedrieglijk, verstild, extatisch, dromerig. Albert Camus had het over ‘de glimlach van een verdronken Mona Lisa’, Maurice Blanchot schreef dat haar glimlach zo ontspannen leek dat ‘je wel moest geloven dat ze stierf op een moment van extreem geluk’. Alfred Döblin vond haar glimlach ‘zoet’: ‘Geen glimlach van vervoering, maar van naderend genot, een verwachtingsvol glimlachen…’ Hij schrijft ook: ‘De Onbekende nadert een geluk.’ Dat geluk is de aangename dood. Döblin noemt het gezicht ook ‘verleidelijk’, niet omdat het een erotische uitstraling heeft, maar vanwege de belofte van een heerlijke doodsslaap. Zo’n interpretatie zegt vooral veel over de schrijver.

Meer mensen die het leven moe waren, vonden in de glimlach de belofte van een pijnloze dood. Alvarez: ‘Niet alleen was zij van alles verlost, bevrijd van alle moeilijkheden en verantwoordelijkheden, zij had bovendien haar schoonheid behouden.’ Vandaar dat er een cultus rond de Onbekende kon ontstaan die aanhang vond onder sensitieve jongeren, schrijft Alvarez, jongeren die bang waren dat ze het volwassen leven niet aankonden. De Onbekende is ontsnapt aan de eisen van het bestaan, zo schijnt het; ze is bevrijd van de terreur van de tijd en verkeert in een toestand van eeuwige vrede. Ze is de schone slaapster die nooit meer wakker zal worden.

In een levenloos gezicht kan iedereen lezen wat hij wil, zoals ook de foto’s en de brieven die een dode achterlaat sporen zijn die we naar believen kunnen interpreteren. Zo zijn op het gelaat van de Onbekende allerlei gevoelens en ideeën geprojecteerd die niets met het meisje te maken hebben dat ooit verdronk in de Seine. Haar dodenmasker is werkelijk een masker, losgemaakt van het oorspronkelijke gezicht, zodat het door iedereen opgezet kan worden.

Eigenlijk was haar gezicht al eerder een masker geworden, toen zij in het mortuarium lag en de jonge assistent-patholoog bekoorde met haar glimlach. Die glimlach was verstard en de ogen spraken niet meer. Wat zegt zo’n laatste gezicht nog over de drager ervan, die niet langer aanwezig is? Goethe vond de dood een ‘zeer middelmatige portrettekenaar’. Hij wilde liever de ‘levende vormen’ behouden en liet daarom bij zijn leven een gipsafdruk van zijn gezicht maken. Maar dat masker ziet er niet levendiger uit dan een dodenmasker; vandaar dat in de literatuur vaak abusievelijk over ‘het dodenmasker van Goethe’ wordt gesproken.

Een gezicht dat onbeweeglijk is, verliest zijn uitdrukking en wordt een masker. Elk portret, hoe sprekend ook, is een dodenmasker dat niets meer prijsgeeft. Alleen een gezicht dat leeft onthult de persoon die erachter zit.